katoenplantage Zeezigt aan de Motkreek

Vorige Artikel 3 van 6 Volgende

Treasures of Suriname : katoenplantage Zeezigt aan de Motkreek

katoenplantage "Zeezigt" aan het einde van de Motkreek nabij de oceaan. Kaart uit het archief van de Dienst der Domeinen, zonder  datum.

De plantage kende een grote bloeiperiode maar is uiteindelijk ten ondergegaan aan de gevolgen van een springvloed

Zie foto's “plantage Z”. Dit diorama bevindt zich thans (2008) in het Rijksmuseum, no. NG-1983-1.

De z.g. "biri-biri"gronden aan de zeekust zijn pas laat in de geschiedenis tot ontwikkeling gebracht. Zij zijn niet geschikt voor koffie of suiker, maar de zoute en lage grond bleek
uitstekende katoengrond. In Commewijne, Coronie en Nickerie ontstond op die strook een bloeiende katoenculture.
De naam "Motkreek" is een hollandse verbastering van de engelse naam "Mudcreek". De engelse naam geeft de situatie juist weer. De modderbanken voor de kust verplaatsen zich onder invloed van de guyana-stroom, waardoor de monding van de kreek regelmatig verstopt raakt en de kreek dichtslibt. Dit verschijnsel van dichtslibben doet zich overigens niet alleen voor aan de Motkreek, maar bij het gehele kustgebied. Het betekende voor de bevolking van de kustplantages een grote extra inspanning, want de kreken en kanalen moesten regelmatig worden uitgediept.

1786 – Jan Baak en A.J. Halloy (warrand 1786) Jan Baak en Cornelis Meurs Eigenaar Johannes Baak (1741-1807) uit Utrecht komt voor de eerste keer in de archieven voor in
het jaar 1760. In dat jaar arriveerde hij vanuit Amsterdam in Suriname met het schip "Amersfoort" onder schipper Jan Gerbrands. 8 jaar later, in 1768, duikt hij weer in de archieven
op. In dat jaar trad hij in het huwelijk met Elisabeth Dames (1738-1786 N.O.T.) uit Amsterdam : “… 1768 op heeden den 19 februarij zijn ten overstaan van den Edele Achtbaare heere J: Roux en G: Schillingh raaden in den Edele Achtbaare Hove van Politie en Crimineele Justitie door mij ondergeschreevene geswoore clercq deeser colonie naa behoorlijke affvraagingh tot den huwelijken staat in en aangeteekend :
Joan Baak jongman van de gereformeerde religie oud 27 jaaren geboortig tot Utrecht geadsisteerd met de heer Samuel Felman en Elisabeth Dames weduwe van heere Bion van de Luijtersche religie oud 30 jaaren geboortig van Amsterdam geadsisteerd met haar moeder de wed: Daames ...”
In 1769 was Jan Baak koper van de suikerplantage “de Hoop” met bijbehorende grond “Geneve”, gelegen aan de Surinamerivier. Het was een grote plantage met – in 1771 – 221 slaven. Op een gegeven moment heeft hij deze weer verkocht. In 1793 was er in ieder geval een andere eigenaar.
Baak woonde vanaf 1770 tot ongeveer 1778 in Paramaribo aan de Waterkant no. 12, daar waar thans het kantoor van Air France is. In 1775 werd zijn dochtertje Johanna daar geboren.

In 1793 vroeg Baak grond aan aan de noordzijde van Zeezicht, later “Eindperk” genoemd (maar in de almanakken van 1793 en 1821 nog niet apart genoemd). Feitelijk had hij de grond al geoccupeerd, en was allang met de inpoldering begonnen. Deze voorbarigheid kwam hem op een boete te staan:

“…Des dat dit warrand aangem: Jan Baak qq niet eerder zou werden verleend dan nadat hij de somma van zes honderd guldens ten behoeve van 't militaire hospitaal uijthoofde van zijnen voorbaarige handelingen bij de bebouwing van het voorn: perceel gepleegd zou hebben opgebragt. En laatstelijk dat 't canongeld uijt dit warrand voortspruijtende op der eersten januarij 1793 zoude werden gereekend in te gaan …”
Baak betaalde de boete, waarna de zaak als afgedaan werd beschouwd. In maart 1795 kon hij beschikken over zijn warrand. Jan Baak overleed in 1807 te Paramaribo 1. Hij werd naar Zeezigt gebracht en daar begraven.

Af en toe wordt ook het overlijden van personeel gemeld. Zo overleed in 1805 te Paramaribo de heer F.C.H. Bottger 2. Hij werd te Zeezigt begraven.

Alex van Stipriaan geeft een indruk van het leven op Zeezigt in die tijd (Surinaams contrast, p. 86-87 ; 238-239).
"… Nog afgezien van de schommeling in de katoenprijs heeft het Zeezigt in het algemeen niet erg meegezeten ….. Tussen 1824 en 1844 werd de plantage driemaal overvallen door een
insectenplaag (katoenworm) , één keer geteisterd door een orkaan, en één keer door langdurige regens onder water gezet. Daarnaast heeft men zeker twaalf jaren moeten vechten tegen wandelende zandbanken die de monding van de Motkreek blokkeerden. Zo bleek in 1842 de gehele monding van de Motkreek bij springvloed door een schelpenbank te zijn dichtgeslagen. Geen van de sluizen en kokers functioneerden meer, en er moesten grote werkzaamheden aan de waterlozing worden verricht. Tot overmaat van ramp kwamen het jaar daarop de regens veel te
vroeg, waardoor de plantage onder water kwam te staan, en de complete slavenmacht, in plaats van met de katoenproductie, bezig was een opening naar zee te graven. Het bleef echter vechten tegen de bierkaai. Zeven jaar nadien bleek de waterlozing nog steeds gebrekkig. Men besloot toen
de zaak drastisch aan te pakken door de monding van de kreek tot aan zee uit te graven. Hiertoe werden alle werkbare mannen van Zeezigt en buurplantage De Dageraad ingezet, samen ongeveer 250 slaven. In 1851 kwam dit inmense karwei af. Nog hetzelfde jaar bleek het Sisyphusarbeid te
zijn geweest, omdat "eene stort van de modderbank de zandbank had vervangen". Het was een uitzichtloze strijd, waarin vroeg of laat ook deze twee plantages het onderspit zouden moeten delven. Alle andere ondernemingen aan de Motkreek waren toen namelijk al lang verlaten …" Desondanks was Zeezigt een rijk aangelegde plantage. Mr. H.C. Focke 3 bezocht het effect in 1826 en maakte een beschrijving van het Grote huis en de katoenverwerking. Hij beschrijft ook een grote sluis die in de Motkreek was geplaatst, een werk waar geen enkele andere auteur
melding van maakt :

“....... Wij telden van Monnikendam af eenendertig plantaadjen aan beide oevers der kreek, waaronder echter ook eenige zich bevinden, die alreeds verlaten zijn. Zoo voeren wij dan
nagenoeg 2 ½ uur voort, toen eindelijk het schoone woonhuis der plantaadje Zeezigt zich aan ons vertoonde, op een afstand van slechts 10 a 15 minuten van de zee verwijderd. .... Verbeeldt u dan een ruim tweeverdiepings lusthuis, in den Italiaanschen smaak gebouwd, met eene vooruitstekende galerij van voren, waarboven een balkon geplaatst is, welke het verrukkelijkst uitzigt aan de linkerzijde op de kreek levert, terwijl men aan de regterhand van daar meer dan een
half uur ver in zee ziet. Hier bosschen, ginds koffij- en katoengronden, hier en daar door weilanden van elkander gescheiden, waarop het schoonste rundvee graasde, dat ik nog in deze kolonie aanschouwde, - dit alles maakte zoo veel indruk op mij, dat ik, deze streek moetende herdoopen, daaraan den naam van Surinaamsch Arkadie zou oevoegen.....

3 auteur anoniem, waarschijnlijk Mr. H.C. Focke, - verhaal van een togtje naar de plantaadje Zeezigt in : P. Ellerman, red. - Vaderlandsche letteroefeningen, 1826 , p. 270 e.v.
..... de katoenplant is een heester, welke 5 a 6 voet hoog wordt, en alsdan een helder gelen bloesem draagt. Zes of zeven weken na den bloeitijd vangt men aan, het katoen te plukken, hetwelk zich alsdan aan vlokken rondom eenige zwarte pitten hecht. Deze inzameling behoort zoo spoedig mogelijk te geschieden. Vandaar, dat men op de katoenplantaadjen gemeenlijk eene veel grootere magt slaven noodig heeft, dan op koffij- of suiker-effekten, opdat het katoen, rijp zijnde, niet lang aan de boomen behoeve te blijven, als wanneer de ondervinding geleerd heeft, dat het voor ongedierte niet lang veilig is. Als nu dit voortbrengsel van den boom af is, wordt het in bijzonder hiervoor aangelegde magazijnen of schuren, hier gewoonlijk loodsen genoemd,
ingezameld, en men begint de bewerking, welke gelijkelijk tusschen de mannen en vrouwen verdeeld wordt. De eersten namelijk, houden zich, wederom in een afzonderlijke loods, bezig,met het katoen, gelijk het van den boom af komt, in bijzonder daartoe vervaardigde wielmolens te malen, ten einde hetzelve van de pitten te ontdoen ; terwijl het aldus gedeeltelijk gezuiverde katoen naar boven gebragt wordt, waar de vrouwen hetzelve verder van alle onreinheden
zuiveren. Dit geschiedt op de volgende wijze : het katoen wordt op lange, met latten belegde tafels uitgespreid, en elke vrouw begeeft zich aan het kloppen van hetzelve met twee tamelijk lange stokjes, ter dikte van eenen vinger ; alsdan laten alle onzuiverheden los, en het katoen verkrijgt eene heldere witte kleur. Dat dit kloppen geene zeer aangename muziek oplevert, behoef ik u niet wel te zeggen. Verbeeldt u slechts, dat daar 50 a 60 vrouwen bezig zijn, met beide
handen, uit alle hare kracht, op houten latten te kloppen. Het dus geheel gezuiverde katoen wordt vervolgens door de jongens in balen gepakt, door middel van eene bijzondere machine, zonder welke het niet mogelijk zou zijn, dezelve zoo stijf gestampt te krijgen. .... Bezienswaardig is ook, nabij de Brandwacht, de groote sluis, die voor weinige jaren aldaar
door den heer P. gemetseld is, tot scheiding van den Oceaan en de Motkreek ; bezienswaardig zeg ik, wijl zulks iets vreemds is in deze kolonie ; maar voor het overige geloof ik niet, dat dusdanige sluis zoo noodzakelijk aldaar kan zijn, daar noch hooge zeeen, noch Noordwestewinden hier te
lande eenig gevaar van de zee kunnen doen vreezen, wijl bovendien de kracht der golven, eerst over de zoogenoemde modderbank, welke zich nagenoeg een half uur ver in zee uitstrekt, rollende, gelijk gij ligt kunt nagaan, reeds geheel gebroken wordt, eer zij het strand bereiken
kunnen. Hoe dit echter zij, dit verhindert niet, dat het werk van den heer P., als eenig zijnde in deszelfs soort, alhier veel opziens gebaard heeft, zoodat verscheidene inwoners van Paramaribo zelfs een reisje naar de Motkreek gedaan hebben, alleen met oogmerk om die sluis te bezigtigen. Wij konden ook niet nalaten, dezelve te beschouwen ; en schoon zij in geene aanmerking komt, als men slechts denkt aan de groote sluis, die voor enige jaren in Muiden aan den mond der Vecht
gelegd is, en zoo vele andere, die in het moederland tot afwering van gevaarlijke stroomen strekken, zoo moesten wij echter den maker daarvan den welverdienden lof doen wedervaren, van het zijne toegebragt te hebben tot vermeerdering van het aanzien dezer volksplanting.....”

1853 – R. Cook (Van Sijpesteyn 1854) “Zeezigt en Eindperk” was uitgegroeid tot de allergrootste katoenplantage van Suriname, met 424 slaven en stoomverwerking. Het areaal bedroeg 1684 akkers. De gezagvoerder op de plantage
was W. Maynard. De directie was in handen van directeur Maynard, tezamen met J.F. Roux. Cook bezat geen andere plantages.

© 2015 - 2019 PlantageSuriname | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel
Deze website maakt gebruik van cookies. Accepteren Meer informatie
Wat is een cookie? Een cookie is een klein tekstbestand dat bij je bezoek aan een website naar je computer wordt gestuurd. Zowel deze website als andere partijen kunnen cookies plaatsen. Waar worden cookies voor gebruikt? Deze website gebruikt cookies om het gebruiksgemak en de prestaties van de website te verbeteren. Met behulp van cookies zorgen we er onder andere voor dat je bij een bezoek aan onze site niet steeds dezelfde informatie ontvangt of moet invoeren. Cookies maken het surfen op de site dus een stuk prettiger. Er bestaan verschillende typen cookies. Deze website maakt gebruik van permanente cookies en sessie cookies. Permanente cookies: Hiermee kan de website speciaal op jouw voorkeuren worden ingesteld. Bijvoorbeeld om jouw toestemming tot het plaatsen van cookies te onthouden. Hierdoor hoef je niet steeds jouw voorkeuren te herhalen waardoor je tijd bespaart en gemakkelijker door de webwinkel navigeert. Permanente cookies kun je verwijderen via de instellingen van je browser. Sessie cookies: Met behulp van een sessie cookie kunnen we zien welke onderdelen van de website je met dit bezoek hebt bekeken. Wij kunnen de webwinkel daardoor zoveel mogelijk aanpassen op het surfgedrag van onze bezoekers. Deze cookies worden automatisch verwijderd zodra je jouw browser afsluit. Met welk specifiek doel plaatst deze website cookies? Deze website plaatst cookies om de volgende redenen: Winkelwagen (functionele cookie): Onthouden welke producten in je winkelmandje liggen. Zonder deze cookie kun je geen producten bestellen of in je winkelmandje plaatsen. Cookiekeuze (functionele cookie): Onthouden of je ons toestemming hebt gegeven tot het plaatsen van cookies. Google Analytics (tracking cookie): Meten hoe je de website gebruikt en hoe je ons hebt gevonden en hier met rapportages inzicht in proberen te verkrijgen. Google AdWords (tracking cookie): Meten we hoe je de website gebruikt en hoe je ons hebt gevonden. Deze kennis gebruiken we om onze AdWords campagnes te verbeteren. Facebook (Social Media cookie): Met deze cookie is het mogelijk om onze Facebook pagina te 'liken'. Deze button werkt door middel van code die van Facebook zelf afkomstig is. Twitter (Social Media cookie): Met deze cookie is het mogelijk om onze Twitter pagina te volgen. Deze button werkt door middel van code die van Twitter zelf afkomstig is. AddThis (Social Media cookie): Met deze cookie is het mogelijk om onze content te delen via Facebook, Twitter, Hyves en diverse andere social media websites. Affiliate marketing (marketing cookies): Deze cookies gebruiken wij om partnersites (affiliates, zoals Daisycon, TradeTracker en Cleafs) te belonen voor hun bijdrage aan de verkoop. Review sites (marketing cookies): Wij worden graag door klanten beoordeeld. Hiervoor gebruiken we een review site zoals The Feedback Company. Deze plaatst cookies voor een juiste werking. Hoe kan ik cookies beheren of verwijderen? Meestal kunnen cookies worden beheerd, bewerkt en verwijderd via je browser. Meer informatie over het in- en uitschakelen en het verwijderen van cookies kan je vinden in de instructies en/of met behulp van de Help-functie van jouw browser.